Wede

Wede (Isatis tinctoria) is volgens biologen een blauwberijpte plant binnen de familie der kruisbloemigen (Brassicaceae) en dat maakt hem een direct familielid van de koolsoorten (en mosterd) die je zo vaak in de wintermaanden op je bord aantreft. Deze tweejarige plant kan één meter hoog worden. De bladeren zijn glad en omvatten de stengel met een pijlvormige voet. De wortel wortelt diep. De bloemen bloeien in mei en juni en zijn klein en geel. De zaden zitten in langwerpige hauwtjes, die gaan hangen als ze rijp worden.
Van oorsprong is de wede een Aziatische steppenplant, die als verfstofplant al door de Romeinen in West-Europa is ingevoerd. Ze is een prachtig voorbeeld van een cultuurplant die treurig aan zijn eind is gekomen. Uit de wede kan een blauwe kleurstof met de naam pastel (van het Occitaanse woord pastel, pasta) worden gewonnen, die tegenwoordig als indigo bekend staat. Lang was de wede de enige bron voor deze blauwe kleurstof, maar in de 16de eeuw kon indigo uit de blauwgroene bladeren van de échte Indigo (Indigofera tincotoria) uit India gewonnen worden. Daarin zat namelijk veel meer van die blauwe kleurstof dan in de wede. Zelfs het woord indigo betekent in het Grieks Indië: indikón (ινδικόν).

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Isatis, is afgeleid van het Griekse woord isazo, dat zoiets betekende als 'gelijk maken', omdat het de ruwheid van de huid kon verhelpen.. Het tweede deel, tinctoria, betekent uiteraard 'geverfd' in het Latijn. De naam 'wede' wordt in verband gebracht met het Latijnse woord vitrium, dat 'glas' betekent.
Nederland was het eerste land in Europa waar al vanaf het midden van de zestiende eeuw het gebruik van indigo als blauwe verfstof op grote schaal werd ingevoerd en dat bleek de doodsteek voor het commercieel telen van de wede. Rond 1880 was echter ook de echte indigo ten dode opgeschreven door de opkomst van synthetische anilineverbindingen.

Tegenwoordig wordt de wede maar sporadisch in ons land aangetroffen. Nu zou je kunnen denken dat deze planten afstammen van de oorspronkelijk ingevoerde planten, maar dat is niet het geval. Die zijn kennelijk allemaal uitgestorven. De plant wordt nu in hoofdzaak langs de grote rivieren aangetroffen, vooral langs de Waal. Hier is zij aangevoerd vanuit het Bovenrijndal in zuidelijk Duitsland, waar zij al vele eeuwen in het wild voorkomt.

Toch zie ik zo langzamerhand steeds meer meldingen van de wede in noordelijk Nederland. Zijn meest noordelijke verschijning is op Vlieland, waar hij in 2016 op het Vuurboetsduin werd aangetroffen.