![]() |
[Appelboom op Meeuwenduinslid, Vlieland][Foto Erik Pomp] |
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Malus, is de oude Latijnse naam voor een appelboom. In het oud-Grieks vinden we malon (μᾶλον) en die lijken het weer geleend te hebben van de Hittiten, waar een appel maḫlaš werd genoemd. Het tweede deel, domestica, lijkt wat eenvoudiger te verklaren en is afkomstig uit het Latijn: domus is 'huis' en wordt gebruikt in de betekenis van 'gedomesticeerd' (ofwel 'getemd').
Op de Waddeneilanden is de appelboom niet een huis, tuin en keukenboom. Het domein van deze soort is de bosrand en duinranden naast de fiets- en wandelpaden. Gasten, die op de eilanden komen uitwaaien, gaan fietsen en wandelen om hun hoofd leeg te krijgen. Een meegenomen appel wordt onderweg opgegeten en wat doe je dan met het klokhuis? Die wordt achteloos weggegooid en de vruchtbare natuur weet daar uiteindelijk wel raad mee. Een jong appelboompje steekt het volgend voorjaar voorzichtig zijn eerste groene kopje boven het zand uit en de groeit in de daarop volgende jaren uit tot een soms behoorlijke boom.
Lekker, zo hoor ik u denken, dan kan ik op de Waddeneilanden gratis appels plukken. Het antwoord is dat de appels altijd teruggekeerd blijken te zijn naar hun wilde toestand. Ze zijn kleiner, zuur en bitter. Als die bomen al vrucht gaan dragen dan.
Weliswaar zijn appelbomen eigenlijk al eeuwenlang inheems in ons land, maar toch hoort hij niet echt thuis in de semi-wilde natuur van de Waddeneilanden. Er staan overal afvalbakken. Dáár hoort een klokhuis (en ander afval) in gestopt te worden. Nergens anders.