Friese paardenbloem

De Friese paardenbloem (Taraxacum frisicum) behoort tot een sectie paardenbloemen die de voorkeur geven aan natuurlijke en halfnatuurlijke standplaatsen die periodiek (kunnen) overstromen. In Nederland is Friese paardenbloem alleen bekend uit de provincie Friesland (dûh). Vroeger kwam de plant ook nog veelvuldig voor in voedselarme veenweiden in het gebied van de 'Lage Midden'. Begin jaren negentig van de vorige eeuw werd de Friese paardenbloem, ondanks gerichte zoekacties, niet meer op de oude locaties aangetroffen.
De soort leek – althans op het vasteland van de provincie – uitgestorven. Op het Friese eiland Terschelling werd de soort slechts in kleine aantallen gevonden. In de Nederlandse literatuur staat de Friese paardenbloem bekend als een soort met een zeer klein verspreidingsgebied die slechts sporadisch buiten Friesland voorkomt.

Vergelijkende kweekexperimenten met Taraxacum frisicum en Taraxacum apiculatum in Duitsland hebben echter aangetoond dat de twee soorten morfologisch (let op: dat betekent niet genetisch) niet van elkaar te onderscheiden zijn. Dit lijkt aan te tonen dat het verspreidingsgebied van de Friese paardenbloem niet beperkt is tot de provincie Friesland in Nederland, maar ook enkele gebieden in Duitsland (Thüringen en Beieren) omvat.

Het eerste deel van de wetenschappelijk naam, Taraxacum, is via het Latijn uiteindelijk afkomstig uit het Perzisch. Daar betekende tarrag-ī škōhān letterlijk 'kruid van de armen'. Pas in tijden van ernstge hongersnood werd het blad van de paardenbloem gegeten als groente. Het tweede deel, frisicum, is de Latijnse versie van 'Friesland'.

Op het Friese vasteland is de Friese paardenbloem recentelijk langs de IJsselmeerkust aangetroffen[1]. In het voorjaar van 2020 en 2021 werden gegevens verzameld over het habitat op een drietal locaties: In de ‘Bocht van Molkwerum’, een gebied buiten de IJsselmeerdijk tussen Hindeloopen en Molkwerum, komt een kleine populatie Friese paardenbloemen voor. In de Makkumerzuidwaard werd een rijke populatie Taraxacum frisicum waargenomen in een grasland buiten de IJsselmeerdijk. De Friese paardenbloem lijkt verrassend goed te gedijen in dit voedselrijke grasland.
In de tweede helft van de vorige eeuw is het oppervlak van de veenweiden van de ‘Lage Midden’ enorm afgenomen als gevolg van grote veranderingen in waterbeheer en het maairegime. De Friese paardenbloem ging ook snel achteruit en was uiteindelijk niet meer op de oude locaties te vinden. Dat de Friese paardenbloem op enkele plekken in het IJsselmeer-kustgebied kan overleven, is ongetwijfeld te danken aan het gunstige waterbeheer aldaar. Deze populaties zijn van groot belang voor het behoud van de soort, vooral omdat de Friese paardenbloem ook in Duitsland met uitsterven wordt bedreigd.

Als (áls) de Friese en de Duitse paardenbloemen tot één en dezelfde soort behoren, dan is het mogelijk dat er tijdens en na de laatste ijstijd een evolutionaire breuk heeft plaatsgevonden en zijn er is de populatie verbrokkeld. Populaties raakten van elkaar gescheiden. Het zijn wat botanici relicten noemen.

[1] Hofstra, Zijlstra: Taraxacum frisicum Soest (syn. Taraxacum apiculatum Soest) op het vasteland van Friesland in Gorteria Dutch Botanical Archives – 2023. Zie hier.