Klein schorrenkruid

Klein schorrenkruid (Suaeda maritima) is een eenjarige plant, die behoort tot de Amarantenfamilie (Amaranthaceae). De soort komt van nature voor aan de Europese kusten, in de gematigde gebieden van Azië, Noord-Afrika en Noord-Amerika en is vandaaruit verder verspreid over het zuidelijk halfrond. Het is een kosmopoliet geworden van zoutsteppen en kustgebieden. Klein schorrenkruid komt vooral buitendijks voor, zowel op zand als op klei. De soort hoort thuis in de hoogste gordel van het slik en in de lage, vochtige delen van het schor. Aan de kusten van de Waddenzee komt klein schorrenkruid in ons land het meest voor.
De plant wordt 10 tot 50 centimeter hoog. De liggende, opstijgende of rechtopstaande, blauwgroene stengel is weinig tot sterk vertakt. De blauwgroene, vlezige, halfronde, 10 tot 50 millimeter lange en 0,8 tot 2,0 millimeter brede bladeren zijn lijnvormig, terwijl de bovenste bladeren spits zijn. De stengels en bladeren zijn vaak rood aangelopen.

Deze soort bloeit van juli tot in september met twee of drie groenachtige, 2 tot 4 millimeter grote bloemen in de bladoksel van een op een blad lijkend schutblad. De bracteolen zijn gereduceerd tot kleine, huidachtige schubben. De bloem heeft vijf bloembladen, vijf meeldraden en twee piepkleine kale stempels.

Het zal de lezer niet verbazen dat ook de vrucht klein is: een halfkogelvormig nootje. Het bevat glanzende, donkerbruine of zwarte brede zaadjes.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Suaeda, is afgeleid van het Arabische woord 'aswad, dat 'zwart' betekent. De plant bevat namelijk veel zout en wordt zwart bij het drogen. Het tweede deel, maritima, zijn we al vaker tegengekomen. Het is van Latijnse herkomst en betekent '(van de) zee'.

Het woord 'schor' is verwant aan zowel het Nederlandse woord 'scheren' als aan het Engelse woord shore ('kust') en dát op zijn beurt is te herleiden tot het Oudengelse sċieran ('snijden'), dat vandaag de dag nog voortleeft als het Engelse to shear ('scheren').

Op erg open plaatsen kunnen fors uitgegroeide exemplaren van het klein schorrenkruid zogenaamde steppenrollers worden. Het is dan onze nationale variant van het Amerikaanse tumbleweed. En het heeft nut, want behalve dat ze al rollend hun eigen zaadjes verspreiden, slepen ze vaak ook het zaad van andere plantensoorten mee.
In de middeleeuwen werd klein schorrenkruid op redelijk grote schaal geoogst en verbrand. De as werd verwerkt tot een bron van natriumcarbonaat ofwel soda (Na2CO3 ) voor gebruik bij de glasproductie.

De jonge bladeren van klein schorrenkruid kunnen rauw of gekookt gegeten worden, hoewel ze een sterke zoute smaak hebben. De Engelse naam voor het klein schorrenkruid sea blite is afgeleid van het Oudgriekse woord blíton (βλίτον), waarmee een soort spinazie werd bedoeld. Ook van de kleine majer (Amaranthus blitum), eveneens behorend tot de Amarantenfamilie (Amaranthaceae), is bekend dat deze plant al in de bronstijd als een soort spinazie gegeten werd.