Zilverschildzaad

Zilverschildzaad (Lobularia maritima) is een eenjarige plant, tenzij de winter zo zacht is gebleken dat hij er nog een jaartje aan vastknoopt. Deze bodembedekker kan een hoogte bereiken van zo'n 20 centimeter. Zilverschildzaad behoort tot de Brassicaceae en behoort daarmee tot de kool- en mosterdfamilie. De plant is inheems in het Middellandse Zeegebied, de Canarische Eilanden en de Azoren en de Baai van Biscaje. Hij kan daardoor met recht een kustbewoner worden genoemd.
Afhankelijk van de variëteit bloeit zilverschildzaad met vele witte, roze, paarse of mauve bloemen. De kroonbladen zijn wit of iets paars. Die bloemen zijn maar vijf milimeter in doorsnede en ruiken heerlijk naar honing. De blaadjes zijn bedekt met zilverkleurige haartjes.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Lobularia, is afkomstig uit het klassiek-Grieks, waar lobos (λοβος) zowel 'peul' als '(oor)lel' of 'lever' betekende. Als je er even over nadenkt hebben ze allemaal ongeveer dezelfde vorm. Lobularia is een verkleinwoord en we kunnen het dus vertalen als 'peultje'. Het tweede deel, maritima, is Latijns en betekent '(van de) zee''.

Zilverschildzaad komen we af en toe tegen op Terschelling, maar ik vrees dat het Waddengebied niet tot een nieuw domein van deze maritieme plant gerekend mag worden. Zilverschildzaad staat namelijk bekend als een zeer populaire plant, die geschikt is voor de zijkant van borders, rotstuinen en bloembakken. Hij vult die vervelende lege plekken zo leuk en snel op. In tuincentra en catalogi worden daarom vele variteiten aangeboden met uitermate creatieve namen als 'carpet of snow' of 'easter bonnet violet'. Dat deze soort overal kan worden aangeplant betekent ook dat hij graag wil ontsnappen om de vrijheid te proeven.

Maar zoals zoveel van zijn directe familieleden is ook zilverschildzaad gewoon eetbaar, al staan ze daar niet direct bekend om. Ze hebben een ietsjes zoetige en tegelijkertijd pittige naar mosterd neigende smaak. Hij zit vol met vitamine C en in Spanje stond hij ooit op het menu om scheurbuik tegen te gaan. Ook dacht men daar dat een aftreksel zou werken tegen de geslachtsziekte gonorroe. In Italië meende men dat zilverschildzaad zou helpen tegen maag- en darmpijnen plus verkoudheden[1].

In Engelstalige landen wordt hij ook madwort ('kwaadheidswortel') genoemd omdat de zo zoete geur alle kwaadheid uit je lijf en geest zou verwijderen. Ooit werd hij ook als amulet gedragen om je te beschermen tegen heksen.

[1] Savo et al: Folk phytotherapy of the Amalfi Coast (Campania, Southern Italy) in Journal of Ethnopharmacology - 2011