Zijn verspreidingsgebied loopt van het westelijke deel van het Middellandse Zeegebied tot de kusten van noordwestelijk Europa. De Nederlandse kusten zijn dus het noordelijkste puntje van zijn voorkomen. In Nederland was hij in eerste instantie alleen bekend van enkele vindplaatsen in Limburg en de eerste waarneming buiten die provincie dateren uit 1898 tot hij in Zuid-Holland werd aangetroffen. Ondertussen komt hij heel spaarzaam in het hele kustgebied voor. Mogelijk dat de opwarming van de aarde bij de bijenorchis heeft gezorgd voor een steeds noordelijker verspreiding.
![]() |
[Foto: eol.org] |
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Ophrys, is afkomstig van het Griekse woord ophrys, dat ‘wenkbrauw’ betekent. Het tweede deel, apifera, is een combinatiewoord uit het Latijn, waarbij apis ‘bij’ betekent en fera ‘dragend’ is. Deze orchidee is dus ‘bijdragend’.
De zeldzame bijenorchis dankt zijn naam aan het feit dat de onderste lip van zijn bloem sprekend op een honingbij lijkt. Die vorm is vermoedelijk bedoeld om andere bijen de indruk te geven dat er honing te halen is omdat de illusie wordt gewekt dat er al een honingbij bezig is.
Al die illusies zijn eigenlijk volstrekt overbodig omdat bij de bijenorchis gewoonlijk zelfbestuiving optreedt. Dat kan hij zo goed dat het resultaat vaak beter dat familieleden, die het alleen van bestuiving moeten hebben om zich voort te planten. Toch zijn bijen niet geheel nutteloos, want zij dragen er vermoedelijk toe bij dat binnen de soort vele variaties in bloemkenmerken zijn ontstaan. Die zelfbestuiving is in onze contreien uit bittere noodzaak ontstaan: in het Middellandse Zeegebied vindt de bestuiving door leden van de bijenfamilie Eucera plaats. De bijenorchis produceert een geurtje die de onweerstaanbare geur van een vrouwelijke bij imiteert. Die bijenfamilie is niet meeverhuisd naar het koelere noorden.