De duinteunisbloem (Oenothera oakesiana) voelt zich thuis in – tromgeroffel – de duinen. Ook in ons land is dit zijn habitat en zelfs op zandgronden elders in het land is zijn voorkomen zeer zeldzaam. Op de Waddeneilanden is hij, naar verhouding, vrij algemeen. De duinteunisbloem is een tweejarige, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 30 tot 150 centimeter.
Deze soort komt vooral voor in de jonge, dynamische duinen langs de Noordzeekust. Daar waar zand nog vrij kan bewegen en waar menselijke ingrepen beperkt blijven, voelt de duinteunisbloem zich thuis. Ze is een pionier, want het is een van de eerste planten die kale zandplekken weet te koloniseren en helpt op die manier mee aan de vorming van nieuw duinvegetatie. Daarmee speelt ze een bescheiden, maar belangrijke rol in het ecosysteem. Haar aanwezigheid wijst op gezonde, levende duinen. Denk aan een landschap dat niet is dichtgegroeid of vastgelegd, maar nog steeds in beweging is.
Wat de duinteunisbloem vooral interessant maakt, is haar vermogen om te overleven in extreem voedselarme en gortdroge omstandigheden. De wortels dringen diep door in het zand, op zoek naar vocht dat andere planten niet bereiken. De stengels zijn stevig maar buigzaam, zodat ze niet breken wanneer de wind het duinoppervlak teistert. De bladeren zijn smal en licht behaard, een aanpassing die helpt om verdamping te beperken.
De duinteunisbloem opent haar bloemen vooral in de avond en vroege ochtend, wanneer de temperatuur daalt en de luchtvochtigheid stijgt. Dat is geen romantisch trekje, maar een slimme strategie: veel van haar bestuivers, waaronder nachtvlinders, motten en vroege bijen, zijn juist dan actief. De bloemen zijn helder citroengeel, met vier brede kroonbladen die een subtiele, zoete geur verspreiden. In het zachte ochtendlicht lijken ze bijna te gloeien.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Oenothera, stelt taalkundigen voor een raadsel. Oenothera is een combinatiewoord uit het Oudgrieks, zoveel is duidelijk. Ze twijfelen of het eerste deel begrepen moet worden als ónos (ὄνος) 'bips' of als oînos (wijn). Beide zijn natuurlijk onzin. Het meest waarschijnlijke is dat het afstamt van het Oudlatijnse woord oinos, wat 'één' of 'alleen' betekende. Vervolgens is thera afgeleid van het Oudgriekse woord thēráō (θηράω) 'jagen' of 'zoeken'. Het tweede deel, oakesiana, eert William Oakes (1799-1848), een botanicus uit New-England, een regio in de noordoostelijke USA.
De duinteunisbloem is een hybride soort die in Europa is ontstaan uit Amerikaanse voorouders. Ze is dus niet als kant‑en‑klare soort ingevoerd, maar hier ontstaan door kruisingen tussen verschillende ingevoerde teunisbloemen. In de dynamische, kalkarme duinen van Nederland vond deze hybride precies de omstandigheden waarin ze kon uitgroeien tot een stabiele, herkenbare soort. Al vanaf de 19e eeuw werd ze regelmatig beschreven in de Nederlandse duinen.
Culinair is de duinteunisbloem van geen belang, anders dan sommige verwanten die wel eetbare wortels of zaden opleveren.

