Kraaihei

Kraaihei (Empetrum nigrum) komt voor op alle Waddeneilanden. In de rest van Nederland komt deze soort voor op arme zandgronden, waaronder Gelderland en Drenthe.
Kraaihei is een zogenaamde xerofyt, ofwel een droogteminnende plant die ecologisch aangepast is aan omstandigheden waarin over langere perioden maar weinig vocht beschikbaar is. Maar kraaihei weet echter ook in vochtige omstandigheden te gedijen. Vindplaatsen zijn zonnige tot licht beschaduwde plekken met zure zandgrond op de noordzijde van (duin)hellingen, in bergvalleien, naaldbossen, hoogveen en veenrietland.

Deze soort is een groenblijvende dwergstruik van 15 tot 45 centimeter hoog. De plant vormt dichte zoden van kruipende, liggende of opstijgende, wijd vertakte twijgen. De takken zijn dicht bezet met lijnvormige of lijn-lancetvormige bladeren van circa 6 bij 2 millimeter, die een sterk omgerolde rand hebben. Ze zijn glanzend diepgroen, maar kleuren in de winter en het vroege voorjaar overwegend rood.

De soort bloeit in april en mei met eenslachtige, tweehuizige bloemen die dicht opeen in de bladoksels staan. De kroonbladen zijn ongeveer 2 millimeter lang. De vrouwelijke bloemen zijn donkerpaars en hebben zes tot negen stempels; de mannelijke bloemen zijn roze en hebben drie helmknoppen die ver buiten de kroonbladen uitsteken. De zwarte vrucht is een besachtige steenvrucht van 5 tot 8 millimeter met zes tot negen stenen. Het zaad heeft een hele korte levensduur.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Empetrum, stamt uit het Oudgrieks, waar émpetron (ἔμπετρον) 'zeeheide' betekende, maar het woord is afgeleid van het nog oudere émpetros (ἔμπετρος) 'op rotsen groeiend'. Het tweede deel, nigrum, zijn we al eerder tegengekomen en betekent 'zwart' en verklaart de bijna zwarte kleur van de bessen.

De kraaihei doet aan een vorm van chemische oorlogsvoering, een eigenschap die biologen allelopathie noemen. Deze soort heeft de eigenschap om bij andere planten in de directe omgeving het kiemen van zaden of de groei van wortels te belemmeren. Een fenol, Batatasin-III, schijnt hier een grote rol te spelen, maar goed onderzoek is schaars. Toch heeft Batatasin-III de aandacht van wetenschappers getrokken, want het stofje is zo potent dat het de proliferatie, migratie en invasie van menselijke longkankercellen kan remmen, en dat is toch positief nieuws[1].

Toch heeft kraaihei wat extra positieve eigenschappen. De vruchten zijn weliswaar eetbaar, maar worden doordat ze ietwat bitter zijn maar in weinig landen gegeten. In Scandinavische landen worden ze vanwege hun hoge gehalte aan vitamine C vaak tot compote, sap of likeur verwerkt. Dat was in het verleden wel noodzakelijk, omdat in de lange, koude wintermaanden weinig andere bronnen van vitamine C beschikbaar waren. Op IJsland is het gebruik al vanaf het jaar 1204 gedocumenteerd en worden de bessen eveneens als middel tegen buikpijn ingezet.

Modern onderzoek lijkt aan te tonen dat de bessen van de kraaihei zoveel flavonolen, waaronder quercetine, rutine, myricetine, naringenine, naringine, morine en kaempferol, bevatten dat ze gebruikt kunnen worden als een functioneel voedingsmiddel om ontstekingen te kunnen verhelpen[2].

[1] Pinkhiem et al: Batatasin III Inhibits Migration of Human Lung Cancer Cells by Suppressing Epithelial to Mesenchymal Transition and FAK-AKT Signals in Anticancer Research – 2017. Zie hier.
[2] Jurikova et al: Black Crowberry (Empetrum nigrum L.) Flavonoids and Their Health Promoting Activity in Molecules - 2016